Toelichting op de financiële positie

Toelichting op de financiële positie

Eind september 2021

  • Vermogen: ons vermogen is € 478 miljoen.
  • Verplichtingen: het geld dat we moeten hebben om alle pensioenen te kunnen betalen (nu en in de toekomst) is € 402,6 miljoen.
  • Nominale dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen. De nominale dekkingsgraad is 118,7%.
  • Beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. De beleidsdekkingsgraad is 115,6%. 

Verplicht extra buffer opbouwen

Als het vermogen net zo groot is als de verplichtingen, als er dus precies genoeg geld is om alle pensioenen nu en in de toekomst te betalen, dan is de dekkingsgraad 100%. Dat lijkt goed genoeg, maar dat is het niet. Een pensioenfonds moet een buffer hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen. De buffer is bepaald op basis van regels van de overheid en kan variëren als gevolg van hoe risicovol de beleggingen zijn en hoe hoog de rente staat.

Hoe groot moet de buffer zijn?

Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 14,8% (30 juni 2021) meer zijn dan onze verplichtingen. We moeten dus voldoende geld hebben om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen, plus een buffer van 14,8%. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. Op dit moment ligt de beleidsdekkingsgraad van 115,6% (30 september 2021) boven de vereiste dekkingsgraad. Het pensioenfonds heeft op dit moment dus voldoende financiële buffers. 

Herstelplan

Het fonds heeft eind maart 2021 een geactualiseerd herstelplan bij De Nederlandsche Bank (DNB) ingediend. Dit moest omdat de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds op 31 december 2020 (108,1%) lager was dan de vereiste dekkingsgraad (114,8%). Dat betekent dat het pensioenfonds op die datum onvoldoende financiële buffers had. Deze buffers heeft het pensioenfonds nodig, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

Het herstelplan is een doorrekening van het huidige beleid naar de toekomst. Het laat zien hoe het pensioenfonds binnen 10 jaar weer voldoende financiële buffers heeft. De beleidsdekkingsgraad is dan weer minimaal even hoog als de vereiste dekkingsgraad.

Veelgestelde vragen

  • Zolang de financiële situatie onvoldoende blijft, moet het pensioenfonds ieder jaar een herstelplan opstellen en indienen bij DNB.

  • Bij de berekeningen in het herstelplan worden aannames gemaakt. Voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van de rente en het rendement. In de loop van het jaar kan de werkelijke ontwikkeling afwijken van deze aannames. Daarom moet het fonds ieder jaar een geactualiseerd herstelplan opstellen.

  • Het pensioenfonds is hersteld als de beleidsdekkingsgraad minimaal gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad. Het pensioenfonds heeft dan weer voldoende financiële buffers.

  • Een pensioenfonds moet buffers hebben, omdat de toekomst onzeker is. Zo zorgen we ervoor dat we ook bij financiële tegenvallers iedereen een pensioen kunnen uitbetalen.

     

  • Volgens de regels van de overheid moet ons vermogen 14,8% (juni 2021) meer zijn dan onze verplichtingen. We moeten dus voldoende geld hebben om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen, plus een buffer van 14,8%. Zo kunnen we een eventuele onverwachte daling van het vermogen goed opvangen. Op dit moment ligt de beleidsdekkingsgraad van 115,6% (per september 2021) boven het vereiste niveau. Het pensioenfonds heeft momenteel dus voldoende financiële buffers.

  • In de volgende twee situaties kan uw pensioen verlaagd worden:

    • De beleidsdekkingsgraad ligt vijf jaar onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (104,1 %) en de actuele dekkingsgraad ligt op het laatste meetmoment onder de 100%. Korting is dan onvoorwaardelijk maar mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar).
    • Het lukt het pensioenfonds niet om met behulp van de afgesproken beleidsregels binnen tien jaar op het vereiste vermogen te komen. Ook deze korting mag worden uitgesmeerd (maximaal 10 jaar). De eerste korting is onvoorwaardelijk, de overige zijn voorwaardelijk.